Proeftuin Grondgebonden Gevelgroen & Groeibegrenzing

Optimalisatie hechting en onderhoud van grondgebonden groene gevelsystemen

Bij grondgebonden systemen met hechtende klimplanten als klimop (Hedera) of wingerd (Parthenocissus) is de initiële hechting en het begrenzen van de groei nadien een belangrijk aandachtspunt. De hechting van de planten wordt bepaald door het hechtingsvlak (gevelsteen, betonplaat, textielen…), maar mogelijk ook door de grootte van de aangeplante klimplanten. Aangezien dit in contrast staat met de wens van de consument om snel begroeide gevels te verkrijgen, wordt dit aspect verder onderzocht en zullen hieruit een aantal adviezen geformuleerd worden. Hiervoor worden 2 proefopstellingen aangelegd:

  • Begleiding van zelfhechtende klimplanten zonder aanhechting: Indien Hedera planten een voorzetraster krijgen, zullen ze tussen het raster en muur omhoog groeien zonder te hechten aan de muur. Dit zou zelfs voor een versnelde groei en zo ook bedekking kunnen zorgen. Het verhoogt ook de toepasbaarheid van zelfhechtende planten bij afwezigheid van een hechtingsvlak en vermijdt ook schade aan de gevelsteen indien de klimplanten zouden moeten verwijderd worden. In deze proef worden van Hedera helix p9-plantmateriaal (4pl/m) volgende begeleidingstechnieken onderzocht in zon en schaduw:
  • Invloed grootte van plantmateriaal op de bedekking van de gevel: De toepassing en bijgevolg de afzet van klimplanten is eerder beperkt en is eerder een nichemarkt, zodat de opkweekmethodieken en het aangeleverde plantmateriaal gestandaardiseerd (aangebonden ranken aan bamboe in pot) ofwel gespecialiseerd (klimplanten voorgekweekt op rekken) zijn. In deze proef willen we het verschil van doorgroei en hechting bekijken van verschillende types plantmateriaal. Op die manier kunnen we in functie van de beoogde doelstellingen en wensen van de klant (nadruk op hoogtegroei, breedtegroei, kostprijs) goed afgestemd plantmateriaal adviseren.

Proefopstellingen grondgebonden gevelgroen bij PCS in Destelbergen.

Optimalisatie behandeling van taxuskever in living wall systemen

Een veel voorkomend probleem bij LWS is de wortelvraat veroorzaakt door larven van de taxuskever (Otiorhynchus sulcatus), die grote uitval en dus duurzaamheidsproblemen veroorzaakt. De mogelijke behandelingen zoals inmengen BIO1020 (op basis van de entomopathogene schimmel Metarhizium anisopliae var. Anisopliae) en aangieten met aaltjes (type afhankelijk van klimaatomstandigheden; Steinernemia kraussei, S. feltaie & Heterorhabditis bacteriophora) zijn al ruim getest en succesvol toegepast geweest bij teelten en bij groenvoorziening. Echter bij toepassing in LWS, zijn er enkele problemen die succesvolle toepassing niet kunnen garanderen, zoals snellere uitspoeling van de organismen en moeilijkere toediening door de verticaliteit van LWS. In deze proef wordt de toepasbaarheid bij verschillende types LWS getest.  Kleine compartimenten worden hiervoor ingeplant met Heuchera pluggen en voorbegroeid. Daarna wordt een behandeling met aaltjes uitgevoerd, en wordt de verspreiding van de aaltjes in het compartiment gemeten a.d.h.v. substraatstalen.